Wat gaat het allemaal toch snel. Eind december ging de eerste aflevering van Questcast online. Nu staat de teller alweer op vijftien.

questcast

Samen met Robin Rotman, met wie ik in een grijs verleden samenwerkte bij BNR, vorm ik een podcasttandem. We leggen wetenschappers nu weer het vuur aan de schenen, laten ze dan weer vrolijk speculeren over de toekomst en toveren nutteloze kennis uit de hoge hoed (maar nutteloze kennis bestaat natuurlijk niet).

Het doel van elke podcastaflevering is om je in twintig minuten een wetenschappelijk antwoord te geven op een intrigerende vraag.

De podcast is niet onopgemerkt gebleven. Na aflevering tien kregen we het bericht dat Questcast was genomineerd voor een Dutch Podcast Award in de categorie wetenschap. De prijs wonnen we niet, maar het is toch mooi om nu al een van de vijf beste Nederlandse podcasts over wetenschap te maken.

Benieuwd? Luisteren kan op iTunes, op Spotify, via quest.nl en via bnr.nl.

Omdat ik vreesde dat al dat getwitter te veel tijd zou kosten, was ik er nog niet aan begonnen. Maar vandaag tien jaar geleden, op 25 februari 2009, dacht ik dat ik niet meer kon achterblijven.

Ik stuurde mijn eerste tweet de wereld in:
https://twitter.com/frankbeijen/status/1248826045

Ik was masterstudent journalistiek, had een weekje vrij voordat mijn stage bij Trouw begon, werkte daarnaast bij BNR Nieuwsradio en ik hoorde op mijn eigen zender dat bij Schiphol een vliegtuig van Turkish Airlines was neergestort.

In de afgelopen tien jaar heb ik ongelofelijk veel nieuws op Twitter gevonden (vooral handig in mijn krantentijd), nieuwe inzichten opgedaan en mensen leren kennen.

Tot mijn grote geluk leerde ik via de direct message-functie één persoon in het bijzonder beter kennen…

Een collega van Leidsch Dagblad verklaarde in 2010 dat hij niet op Twitter ging, want hij had van een vriend gehoord dat die hype zou wel overwaaien.

En zie, Twitter bestaat nog. Tegenwoordig gebruik ik het zo min mogelijk onder werktijd. Want tien jaar geleden had ik het goed gezien: al dat getwitter kost veel te veel tijd.

1: Look left, look right. Dat staat voor elk zebrapad op de grond gekalkt. Goede service voor bezoekers uit rechtsrijdende landen. Verwarrend: als je in een metrostation van het ene naar het andere perron wandelt, moet je soms aan de linkerkant en soms aan de rechterkant lopen. Gelukkig staat dat keurig met bordjes aangegeven.

2: Waarschuwingsbordjes. Ze zijn overal. Vanwege de eilandmentaliteit en het hoge percentage obesitas kun je al stellen dat Groot-Brittannië het Amerika van Europa is. Nog een overeenkomst: in allebei de landen hangen overal waarschuwingsbordjes. Zoals hier in mijn hotelkamer:

IMG_20190204_225050818

Achtung: badolie.

3: Over waarschuwingen gesproken: blauwe deurstickers. Tijdens mijn trip naar Londen had ik een interview in een sjiek hotel. Zoals elk openbaar gebouw in Engeland / Groot-Brittannië / het Verenigd Koninkrijk hing het vol met deze blauwe beauty’s:

download

Prachtig, natuurlijk. Vooral in combinatie met een klassiek interieur als dit. (De geïnterviewde componist Lucas Cantor staat bovenaan in het midden, ik sta rechts.)

4: Iedereen zijn eigen hesje. Of ze nu bij de politie werken, in de bouw of op een vliegveld: Britten dragen graag fluorescerende hesjes. Want stel je voor dat er ineens een taxiënd vliegtuig door de bagagehal raast. Dan wil je toch niet dat de piloot je over het hoofd ziet.

5: Vierkante kerktorens. Kijk maar.

16635304368_29fabbf978_z

(Jack Pease Photography, Creative Commons)

6: Van die winkelgevels die in één kleur zijn geverfd met een etalage waardoor je niet naar binnen kunt kijken… Nou goed, als je regelmatig in Engeland komt, weet je wat ik bedoel.

15421963482_b3b89960d3_z

Dit dus. (Elliott Brown, Creative Commons)

7: Matig loodgieten. De uitvinder van het watercloset zoals we het nu kennen, was een Engelsman met de toepasselijke naam Thomas Crapper. Na zijn dood in 1910 hebben zijn landgenoten geen vooruitgang gemaakt. Heel gek, maar ik ben in veel Britse huizen en hotels geweest waar een weeïge rioollucht hing of waar het warme water het niet deed.

8: Geen mengkranen. Volgt uit punt 7. Boven de gootsteen in ouderwetse Britse keukens hangen een warme en een koude kraan gebroederlijk naast elkaar. Onder de ene verbranden je handen, onder de andere vriezen ze er weer af. Een Duitse huisgenoot in Hull loste het probleem op door een plastic fles omheen te bevestigen: fles dwars, twee gaten bovenin, een gat onderin. Dat kostte heel wat gedoe met een scherp mes. Maar het werkte wel.

9: Uitbundige afzettingen. Graaf je een gat in Engeland, dan verschijnen er als vanzelf een paar honderd paaltjes, pylonen en hekken omheen.

IMG_20190204_164232622

Een week later waren ze in mijn woonwijk een sloot aan het uitbaggeren. Met ‘ze’ bedoel ik een stelletje mannen die een vrachtwagen en een graafmachine hadden geparkeerd op een fietspadenzessprong (ja, dat hebben we hier). Geen afzetting te bekennen. Er zijn geen ongelukken gebeurd.

IMG_20190208_091444848_HDR

10: Het mannetje bij de zij-ingang van Harrods. Typisch Brits mag je het niet noemen, want dit fenomeen vind je alleen op één plek in Londen. Aan de andere kant: bij de Bijenkorf zul je nooit een mannetje met groene broek, groene overjas, groene dienstpet en groene paraplu zien, dat klanten uit hun Bentleys helpt. Ik heb er minutenlang naar staan kijken toen ik twee weken geleden een rondje om mijn hotel liep. De volgende keer dat ik in Londen ben, hoop ik tijd te hebben voor het grote Harrods-spel: pak een willekeurig voorwerp uit de schappen (of het nu een bankkussentje is of een presse-papier) en laat je reisgenoot raden wat het kost. Onderschatting is gegarandeerd.

Twee weken geleden was ik een etmaal in Londen voor een reportage. Het was hoogstwaarschijnlijk mijn laatste bezoekje aan een Verenigd Koninkrijk dat bij de Europese Unie hoort (tenzij er nog iets raars gebeurt).
Dat voelt raar. Het Verenigd Koninkrijk is, na Nederland, het land waar ik de meeste tijd heb doorgebracht: bij elkaar een maand of zeven. De helft daarvan was in 2005, toen ik een semester doorbracht aan de University of Hull.
De uitslag van het Brexit-referendum heeft me totaal verrast, terwijl ik er nog wel politicologie heb gestudeerd. Van Britse anti-EU-sentimenten heb ik weinig meegekregen: de kranten schreven vooral over Irak, Blair/Bliar en strengere terreurwetten.
Ik ken de Britten wel als eigenzinnige en ondoorgrondelijke types, bij wie je niet altijd weet of ze het nu positief bedoelen als ze ‘pretty good!’ of ‘excellent!’ roepen. Ik vond het ook nogal vreemd dat medestudenten zeiden dat ik ‘from Europe’ was (alsof zij zelf een apart werelddeel bewoonden) en dat er eentje aan mij vroeg of Dutchmen uit Denemarken komen.
Ik dacht altijd dat Europa ze gewoon weinig kon schelen, maar achteraf denk ik dat ze zich er nog minder onderdeel van voelden dan ik doorhad.

Als je als journalist oog in oog staat met de meest controversiële president uit de Amerikaanse geschiedenis, dan snap ik best dat je hem meer dan één vraag wilt stellen. CNN-verslaggever Jim Acosta had al iets gevraagd over de migrantenkaravaan in Mexico, toen de president het woord gaf aan de volgende journalist. Maar nee, Acosta klampte zich vast aan de microfoon, want de vraag die hij nog wilde stellen was (hier komt ie):

Maakt u zich zorgen over het Rusland-onderzoek?

Pfff. De domste vraag die je kunt stellen. Hij is al vijfhonderd keer aan Trump gesteld, en hij heeft al vijfhonderd keer geantwoord: nee, het is een onzinonderzoek.

Het Witte Huis heeft Acosta inmiddels op kenmerkende wijze uit de perszaal gebonjourd: met de leugen dat Acosta zijn handen niet kon thuishouden toen een vrouwelijke stagiaire de microfoon van hem afpakte (zie video hierboven) en met een bewerkt filmpje waarin het lijkt dat hij zijn arm sneller naar haar toe bewoog dan in werkelijkheid.

Dat brengt me bij de oplossing van de tegendraadse talkshowhost Bill Maher:

Had Acosta dat maar gezegd.

quest-01-2017-44Als mensen horen dat ik bij Quest werk, vragen ze vaak wat mijn vaste onderwerp is. Logische vraag, want krantenjournalisten hebben altijd een portefeuille. Bij het Leidsch Dagblad schreef ik eerst over Oegstgeest, daarna over de universiteit en ten slotte over de gemeenteraad.

Bij Quest is dat niet zo. Alle redacteuren schrijven eigenlijk over alles. Ja, dat geldt zelfs voor alfa’s zoals ik.

Hier vind je tien artikelen van mij uit tien verschillende vakgebieden:

  1. biologie: Scheppers van nu. Kunnen we straks levende cellen maken uit dode onderdelen?
  2. economie: Weg met de makelaar! Breek met de ongeschreven regels van de huizenjacht
  3. geneeskunde: Kwakkelen in de kou. Waarom slaat de griep altijd toe in de winter?
  4. 2017_qh1geschiedenis: Vredesbom. Was de Derde Wereldoorlog zonder de atoombom allang begonnen?
  5. natuurkunde: Jacht op de primeur. Waarom wetenschappers als eerste een ontdekking willen doen (interview met Ronald Hanson, TU Delft)
  6. psychologie: Hard, harder, hatsjoe! Is luidruchtig niezen een lichamelijke reflex of een aangeleerde gewoonte?
  7. scheikunde: Bacteriebrouwsel. De beste manier om sinas te maken, is zonder sinaasappels
  8. sterrenkunde: Wondere wereld. Hoe meer we weten over Saturnus, hoe vreemder de planeet blijkt te zijn
  9. taal: Als een tang op een varken. Kloppen de uitdrukkingen met dieren die wij gebruiken een beetje?
  10. wetenschap algemeen: Professor Profeet. Deze wetenschappers dachten dat ze God vonden

Omdat we toch bezig zijn, vind je hieronder meteen een lijst van mijn artikelen uit de afgelopen 2,5 jaar. Mijn korte artikelen, datavisualisaties en boekrecensies staan er niet tussen. Ook de bijdragen aan Quest Junior, Quest in Beeld en het Quest Vakantieboek ontbreken.

Een eerdere lijst plaatste ik hier na mijn eerste jaar bij Quest. Lees de rest van dit artikel »

Morgen mogen we naar de stembus voor een referendum over een onderwerp waar zelfs de aanvragers niet in geïnteresseerd zijn. In een interview in NRC gaven Arjan van Dixhoorn en Pepijn van Houwelingen toe dat het associatieverdrag tussen de EU en Oekraïne ze niets kan schelen.

Nou, dat zal dan wel. Toch zaten Van Dixhoorn en kornuiten zo met het artikel in de maag, dat ze dit bericht op Facebook zetten:

Het NRC heeft uit een drie uur durend interview een selectie gemaakt. Daarin wordt een beeld wordt opgeroepen van een…

Posted by BurgerforumEU on Thursday, March 31, 2016

Let vooral eens op de reacties onder het Facebook-bericht. Het gros is zo paranoïde als de pest: het grote geld bepaalt alles, Oekraïne wordt binnenkort lid van de EU en de media zijn gecensureerd. De meeste reaguurders gaan volledig voorbij aan de bijdrage van NRC-journalist Wilmer Heck, die uitlegt dat de heren wel degelijk alles hebben gezegd zoals in het stuk staat en zelfs allerlei pittige uitspraken hebben ingetrokken.

Als je tv en krant niet meer gelooft, maar wel de dingen die op Facebook staan, dan raak je steeds verder van huis. Op sociale media en op Google zit je in een filterbubbel, die ervoor zorgt dat je vooral je eigen mening krijgt te zien. Het lijkt me gezond om af en toe een tegengeluid op je eigen briljante visie te horen.

Na het overlijden van Johan Cruijff, nu anderhalve week geleden, zag ik de bovenstaande tweet voorbij komen. Ik herkende het lettertype en schrok.

Als middelbare scholier maakte ik de website Voetbalfocus.nl. Daarop verzamelde ik alle voetbalinformatie die ik kon vinden. Mijn online naslagwerk werd, in de tijd dat niemand nog van Wikipedia had gehoord, veel geraadpleegd.

En dat gebeurt soms nog steeds. Pas nu zag ik dat ik zo’n vijftien jaar geleden een heel lelijke spelfout heb gemaakt bij het overnemen van het vierregelige gedichtje van Toon Hermans. De graaf die de gelijknamige vliegmachine bedacht, heette natuurlijk Zeppelin (en niet Zappelin, want zo heten de kinderprogramma’s van de NPO).

Kennelijk is het mijn schuld dat de grootste Nederlandse voetballer aller tijden met kinderprogramma’s in verband wordt gebracht. Ik heb het foutje vanavond maar even rechtgezet (en ik heb meteen de bijnaam ‘El Salvador‘ verwijderd, maar dat is weer een ander verhaal).


Ook in dit YouTube-filmpje van Ajax duikt de spelfout op.

Auto’s, brommers, vliegtuigen, alarmverkeer, een hei-installatie verderop, een glasbak, een stel meeuwen en ten slotte schreeuwende kinderen uit de buurt: ik had er nooit bij stilgestaan dat de Apollolaan in Leiden zo’n lawaaiige straat is.

Voor het Leidsch Dagblad schreef ik over de zaak-Benno L. en over de reacties in de Leidse politiek (spoeddebat, verkiezingen staan voor de deur, op voorhand kansloze motie van wantrouwen door eenmanspartij, landelijke media die zich daarop storten, eenmanspartij die tijdens de verkiezingen verdubbelt, tweemanspartij die uit elkaar valt). Voor de camera van Argos Medialogica, dat de affaire reconstrueerde, mocht ik daarover vertellen.

Lees de rest van dit artikel »

Ik stond even raar te kijken. Er belde een redacteur van het programma van Paul van Liempt op BNR Nieuwsradio. Hij wilde dat ik op de radio kwam vertellen over een artikel dat ik had geschreven.

‘Wist je dat ik een tijdje precies hetzelfde werk heb gedaan als jij?’, vroeg ik.

Zo kwam het dat ik een paar dagen later in de studio stond bij de presentator die ik een paar jaar van opzetjes een draaiboeken had voorzien. Het onderwerp was mijn stuk over voedingsshakes. Een maand lang at ik geen vast voedsel (behalve dan één beschuitje met muisjes). Ik kwam er hardhandig achter dat eten meer functies heeft dan alleen het binnenwerken van voedingsstoffen.

De radio-uitnodiging had ik puur te danken aan het rare eetexperiment. Niet aan mijn oude baan, want de redacteur wist niet dat ik zijn verre voorganger was. Ik ben alweer vijf jaar weg bij BNR, dan krijg je dat.