Zondagavond om 23.47 uur lag ik op het punt om in slaap te vallen, toen mijn telefoon ging. Mijn chef meldde het onderwerp van de dag erna: de anonieme aankondiging van een schietpartij op een onbekende school in Leiden.

Gelukkig kon het nieuws nog net mee in de maandagkrant. Toen begon het werk pas echt voor mijn collega’s en mij: wat betekent dit voor scholieren en ouders in Leiden en omgeving?

De nieuwsstroom heb ik maandag overdag geprobeerd te kanaliseren in een Storify-verhaal op de site van het Leidsch Dagblad. Een handige vorm van livebloggen, vind ik, omdat veel nieuws zich openbaart of bevestigd wordt met Twitter-berichten. Je kunt er ook losse tekst in kwijt. Zo maak je de lezer in één klap duidelijk van wie bepaalde informatie afkomstig is.

Bij groot, zich ontwikkelend nieuws (breaking news dus) worden fouten gemaakt. Zo bracht een bepaalde krant het verhaal dat er een pistool was gevonden op een school in Leiderdorp. Klopte niet: het was een speelgoedpistool.

Ook bij de berichtgeving over de bomexplosies in Boston – en alles dat erna volgde – ging heel wat mis. Daarover verscheen op Slate een erg sterk artikel: A journalist’s guide to tweeting during a crisis.

Dit vind ik de mooiste zin:

If, as a wise journalist once said, journalism is the first rough draft of history, then Twitter is the first rough draft of journalism.

Die first rough draft of journalism is vaak erg chaotisch. Dat is de aard van Twitter: iedereen kan wat roepen.

Een liveblog biedt journalisten de kans om orde in de chaos te brengen. Zo zorg je dat de eerste conceptversie van de eerste conceptversie van de geschiedenis tenminste in orde is.

Advertenties