Twee weken geleden was ik een etmaal in Londen voor een reportage. Het was hoogstwaarschijnlijk mijn laatste bezoekje aan een Verenigd Koninkrijk dat bij de Europese Unie hoort (tenzij er nog iets raars gebeurt).
Dat voelt raar. Het Verenigd Koninkrijk is, na Nederland, het land waar ik de meeste tijd heb doorgebracht: bij elkaar een maand of zeven. De helft daarvan was in 2005, toen ik een semester doorbracht aan de University of Hull.
De uitslag van het Brexit-referendum heeft me totaal verrast, terwijl ik er nog wel politicologie heb gestudeerd. Van Britse anti-EU-sentimenten heb ik weinig meegekregen: de kranten schreven vooral over Irak, Blair/Bliar en strengere terreurwetten.
Ik ken de Britten wel als eigenzinnige en ondoorgrondelijke types, bij wie je niet altijd weet of ze het nu positief bedoelen als ze ‘pretty good!’ of ‘excellent!’ roepen. Ik vond het ook nogal vreemd dat medestudenten zeiden dat ik ‘from Europe’ was (alsof zij zelf een apart werelddeel bewoonden) en dat er eentje aan mij vroeg of Dutchmen uit Denemarken komen.
Ik dacht altijd dat Europa ze gewoon weinig kon schelen, maar achteraf denk ik dat ze zich er nog minder onderdeel van voelden dan ik doorhad.
Advertenties